Oude paden

We beperken ons even tot de christelijke traditie. Voor devote gelovigen waren er dichtbij huis al oorden te vinden, waar ze aan hun religieuze trekken konden komen. Maar het  leverde pas echt iets op als je je knapzak pakte, je dierbaren vaarwel kuste en op pad ging naar Jeruzalem, Rome of Santiago. Zo’n tocht leverde volledige kwijtschelding van zonden op. Die reizen waren gevaarlijke ondernemingen, waarvan velen nooit meer thuiskwamen. Naar Jeruzalem ging het nogal georganiseerd en uiterst gewelddadig; de beruchte kruistochten. Het Jacobspad volgend, was het vooral een individuele reis met grote ontberingen. Het ging eigenlijk meer om het louterend effect van de tocht dan om de aankomst, die desalniettemin een glorieuze beloning voor hun gezwoeg was.

Gedurende de 20e eeuw is de Camino-pelgrimage sterk afgenomen. In gelijke tred met de secularisatie en de afname van het kerkbezoek.
Maar er is iets heel raars gaande. De laatste decennia van de vorige eeuw laten een verandering zien in dit beeld. Terwijl de leegloop van de traditionele kerken onverminderd – en in Spanje zelfs versneld doorging, won de pelgrimage naar Santiago de Compostela juist rap aan populariteit. Waren het halverwege de vorige eeuw nog slechts enkele honderden per jaar die de tocht ondernamen; de laatste jaren vertrekken er in het hoogseizoen honderden stappers per dag vanaf startplaats Roncesvalles in de Pyreneeën.